Contemplations on Spirit
'In this blog I contemplate the means to understand one self and the motivation that moves us to unfold in heart and soul.'
Bima in de oceaan: Dewa Ruci, Jung en de tarotkaart De Wereld

Een kleine inleiding..
Ik ben een zoeker, en dat ben ik eigenlijk altijd al geweest. Die houding heb ik niet alleen zelf ontwikkeld, maar ook meegekregen. Mijn opa Jacobs, de vader van mijn moeder en een belangrijke invloed in mijn opvoeding, was ingenieur in de tropische landbouwkunde. Voor zijn werk reisde hij de wereld over naar wat destijds nog als verre en exotische gebieden werden gezien. Hij woonde een groot deel van het leven onder andere in Indië en Chili, voordat hij uiteindelijk terugkeerde naar Nederland, waar mijn moeder werd geboren.
Van hem leerde ik analytisch denken: het samenbrengen van bronnen, het zoeken naar verbanden en het ontwikkelen van een helikopterperspectief, altijd met een nieuwsgierige en onderzoekende houding. Hij introduceerde mij in een veelheid aan culturen en manieren van denken. Misschien is het die achtergrond, die combinatie van nieuwsgierigheid en onderzoek, die maakte dat ik mij moeilijk kon voegen naar de structuren van het reguliere onderwijs. Waar de middelbare school om richting vroeg, zocht ik ruimte. Ik wilde de wereld begrijpen, niet alleen leren reproduceren wat al bekend was.
In die zoektocht vond ik mijn eigen instrumenten: tarot, astrologie en oosterse denkwijzen, die voor mij niet zozeer systemen van geloof waren, maar manieren om te navigeren. Mijn opa liet mij zien dat mensen in essentie gelijk zijn, ook al was die overtuiging in zijn eigen leven soms complexer. Over zijn tijd in Indië sprak hij nauwelijks. Misschien was ik te jong om ernaar te vragen, of misschien bleef het voor hem zelf onuitgesproken, zoals voor zovelen van zijn generatie.
Dit stuk draag ik aan hem op. Omdat hij er was, juist op momenten dat anderen dat niet konden zijn. De lange wandelingen in het Corversbos, waarin we spraken en nadachten over het leven, hebben mij meer gevormd dan ik destijds kon begrijpen. Opa, dank u wel
Misschien is het dan ook geen toeval dat mijn aandacht steeds weer uitkomt bij verhalen die deze zoektocht naar binnen verbeelden. In het Javaanse verhaal van Dewa Ruci begint zo’n zoektocht wanneer Bima aan de rand van de oceaan staat, op het punt een grens over te steken die niet alleen geografisch is, maar ook innerlijk.
Het begin, de rand van de oceaan
Bima staat aan de rand van de oceaan. Niet als held die een vijand buiten zichzelf moet overwinnen, maar als mens die wordt geconfronteerd met een opdracht die hem naar binnen dwingt. In het Javaanse verhaal van Dewa Ruci begint een zoektocht die niet gericht is op verovering, maar op inzicht: een afdaling in de diepte van de eigen geest, waar de grens tussen mens en kosmos begint te vervagen. In deze blog wil ik deze tocht van Bima verbinden met twee andere denkkaders: de Jungiaanse psychologie, waarin het idee van het collectief onbewuste en het Zelf centraal staat, en de symboliek van de tarot, specifiek de kaart De Wereld, die vaak gelezen wordt als beeld van voltooiing en integratie. Door deze drie perspectieven naast elkaar te leggen, onderzoek ik niet hun oorsprong of historische verband, maar hun gedeelde vermogen om eenzelfde proces te verbeelden: de beweging van de mens naar een ervaring van heelheid.
Dewa Ruci: de ontmoeting met het innerlijke
In het verhaal van Dewa Ruci wordt Bima op pad gestuurd om het “water van het leven” te vinden, een zoektocht die hem uiteindelijk niet naar een uiterlijke bron leidt, maar naar de diepte van de oceaan. Daar wordt hij geconfronteerd met beproevingen - een draak, verwarring, verlies van richting - voordat hij een wezen ontmoet dat op hemzelf lijkt, maar dan in miniatuur: Dewa Ruci. Deze figuur nodigt Bima uit om in hem binnen te treden, en ondanks zijn kleine gestalte blijkt zijn lichaam een onbegrensde ruimte te bevatten waarin Bima het universum zelf aanschouwt. Binnen deze ervaring ontvangt hij inzicht in de aard van het leven en zijn eigen wezen. In de Javaanse filosofische interpretatie wordt deze ontmoeting gelezen als een moment van manunggaling kawula Gusti - de eenwording van mens en het goddelijke - waarbij Dewa Ruci niet een externe godheid is, maar de belichaming van Bima’s eigen innerlijke essentie. De oceaan fungeert hier niet slechts als decor, maar als een metafoor voor de innerlijke wereld waarin deze transformatie plaatsvindt: een ruimte van confrontatie, zuivering en uiteindelijk herkenning van het ware zelf.

Jung: het Zelf en het onbewuste
De ontmoeting tussen Bima en Dewa Ruci kan verhelderd worden door haar naast de Jungiaanse psychologie te leggen, met name het begrip van het collectief onbewuste en het archetype van het Zelf. Volgens Carl Jung bestaat de menselijke psyche niet alleen uit persoonlijke ervaringen, maar ook uit een diepere laag waarin universele beelden en structuren terugkeren. Binnen deze benadering kan Dewa Ruci gelezen worden als een manifestatie van het Zelf: een symbool van psychische totaliteit waarin tegenstellingen samenkomen en een gevoel van innerlijke eenheid ontstaat. De oceaan, waarin Bima afdaalt, resoneert met wat Jung beschrijft als het onbewuste: een uitgestrekte, vaak overweldigende ruimte die zowel verwarring als inzicht bevat. Toch is het van belang deze vergelijking voorzichtig te hanteren. De Jungiaanse lezing biedt geen verklaring van het Javaanse verhaal, maar fungeert als een analytisch perspectief dat zichtbaar maakt hoe verschillende tradities vergelijkbare vormen gebruiken om innerlijke transformatie te verbeelden. In die zin helpt Jung om te begrijpen hoe de ontmoeting met Dewa Ruci gelezen kan worden als een proces van individuatie, zonder de specifieke culturele en rituele context van de wayang-traditie te reduceren tot een louter psychologisch model.

De Wereld: voltooiing in beeld
Wanneer dit proces tenslotte naast de symboliek van de tarot wordt gelegd, ontstaat een verdere resonantie met de kaart De Wereld, die in veel esoterische interpretaties wordt gelezen als een beeld van voltooiing, integratie en totaliteit. In de beschrijving van The Pictorial Key to the Tarot wordt deze kaart niet alleen gezien als het einde van een cyclus, maar als een toestand waarin de verschillende dimensies van ervaring - materieel, spiritueel en psychisch - met elkaar in evenwicht komen. De figuur in het centrum van de kaart bevindt zich in een omvattende ruimte die zowel begrenzend als open is, een visuele structuur die opvallend overeenkomt met Bima’s ervaring binnen Dewa Ruci, waar het innerlijke en het kosmische samenvallen. Tegelijkertijd vraagt deze vergelijking om voorzichtigheid. Zoals Arthur Edward Waite zelf benadrukt, is de tarot een historisch Europees systeem waarvan de symbolische betekenis in latere interpretaties is opgebouwd, en niet een directe afspiegeling van oudere of niet-Europese tradities. De kracht van de parallel ligt daarom niet in een gedeelde oorsprong, maar in een overeenkomstige beeldtaal: zowel De Wereld als Dewa Ruci verbeelden een moment waarin het individu zichzelf ervaart als onderdeel van een grotere, samenhangende werkelijkheid.

Conclusie: parallelle beeldtalen
Wat deze vergelijking uiteindelijk zichtbaar maakt, is niet een verborgen historische verbinding tussen Javaanse en Europese tradities, maar een gedeelde manier waarop innerlijke transformatie wordt verbeeld. In het verhaal van Dewa Ruci blijft de ervaring van Bima ingebed in de context van de wayang-performance en de Javaanse filosofie, waarin begrippen als manunggaling kawula Gusti centraal staan. De Jungiaanse psychologie biedt een analytisch kader om deze ervaring te begrijpen als een proces van individuatie, waarbij het Zelf verschijnt als een beeld van totaliteit binnen de psyche (Carl Jung). Tegelijkertijd laat de symboliek van De Wereld in de tarot zien hoe een vergelijkbare structuur van voltooiing en integratie ook in een ander cultureel systeem wordt verbeeld, zij het vanuit een Europese esoterische traditie die pas in latere interpretaties deze betekenis heeft gekregen (The Pictorial Key to the Tarot). Door deze drie perspectieven naast elkaar te plaatsen, wordt duidelijk dat de kracht van dergelijke beelden niet ligt in hun oorsprong, maar in hun vermogen om een ervaring van heelheid te articuleren die de grenzen van individuele tradities overschrijdt, zonder deze volledig op te heffen.
De tocht van Bima laat zien dat de weg naar heelheid niet buiten ons ligt, maar zich opent in de ruimte waar mens en kosmos elkaar ontmoeten.









